Log in op Mijn KVLO

Achtergrondinfo 3+2

 

Uit de nieuwste cijfers van TNO (november 2010) blijkt dat slechts 29 % van de leerlingen tussen 4-11 jaar de Nationale Norm Gezond Bewegen van één uur per dag haalt. Bij jongeren tussen 12 en 17 jaar is dat zelfs slechts 15 %.

Bewegen is niet alleen goed voor gezondheid en een middel in de strijd tegen overgewicht, maar is ook goed voor de sociale en cognitieve ontwikkeling op andere vlakken. Dit blijkt uit diverse wetenschappelijke onderzoeken . Hieruit blijkt ook dat meer bewegen niet ten koste gaat van leerprestaties, maar deze eerder bevordert! (1)

Ook Dorine Collard (VU Medisch Centrum) concludeert dat kinderen uit groep zeven en acht van de basisschool significant minder fit zijn dan hun leeftijdsgenootjes van dertig jaar geleden. Op een fitheidstest die ook in 1980 werd afgenomen scoorden ruim 2000 kinderen veel slechter op alle fronten. Zelfs als de kinderen met overgewicht niet worden meegeteld, blijken de 'gezonde' kinderen van nu niet opgewassen tegen de kinderen van toen. Collard concludeert: "Sporten en bewegen zou op de basisschool weer meer aandacht moeten krijgen." (2)
Uit onderzoek van het EMGO-Instituut blijkt dat kinderen vaker in het ziekenhuis komen omdat zij gebrekkige motorische vaardigheden hebben. Dus is het belangrijk om kinderen meer en beter te leren bewegen.

Door beweging aan te bieden in en om de school bereik je alle kinderen én daarmee bied je een structurele oplossing in de strijd tegen te weinig bewegen en overgewicht. Op jonge leeftijd leren regelmatig te bewegen, vergroot de kans dat kinderen later ook blijven bewegen.

 

Doel
De KVLO ziet het als haar belangrijkste doel voor de komende jaren om met deze campagne het aantal beweegmomenten in en om de school te laten stijgen.

Huidige situatie LO op school
In het Primair Onderwijs is er geen verplicht aantal uren voor vakken maar wordt in het algemeen twee keer per week 45 minuten gym gegeven. Dit is een norm die blijkt uit de gemeentelijke modelverordening voor huisvesting, maar is nergens wettelijk vastgelegd. Voor kleuters is de norm negen beweegmomenten per week. De gemeenten hebben de taak om accommodaties ter beschikking te stellen voor de gymlessen op school. In de praktijk lukt het niet alle scholen om twee gymlessen per week te realiseren, bijvoorbeeld door gebrek aan accommodatie. De scholen waar structureel drie uur gym per week gegeven wordt, zijn op één hand te tellen.

In het voortgezet onderwijs is de onderwijstijd wettelijk geregeld. De praktijk is dat leerlingen in de onderbouw over het algemeen meer uren gym krijgen dan in de bovenbouw. Er zijn nog steeds scholen die geneigd zijn om minder uren bewegen en sport te geven. De inspectie zal dat dit jaar gaan monitoren.
Een andere ontwikkeling is het ontstaan van verschillen in hoeveelheid uren bewegen en sport per leerling. Doordat steeds meer scholen via speciale sportklassen of een sportprofiel extra bewegen aanbieden krijgen soms bepaalde groepen leerlingen juist minder uren.

Op het mbo is het slecht gesteld met het bewegingsonderwijs: het wordt niet of nauwelijks gegeven. Hier is wel een voorzichtige stijging gaande. Een aantal scholen, verenigd in het ‘platform bewegen en sport mbo', heeft aangegeven bewegen weer op te nemen in de opleidingsleerplannen. In het kader van de Alliantie ‘School en Sport samen sterker' hebben dertien mbo instellingen hiervoor een sprintpremie ontvangen. En in het ‘Beleidskader Sport, Bewegen en Onderwijs' zijn gelden gereserveerd voor het mbo.

Rol overheid
De overheid heeft oog voor het probleem van bewegingsarmoede bij jongeren. Via de Alliantie School en Sport (2005 - 2008), de nota Tijd voor Sport (2005) en het Beleidskader Sport Bewegen en Onderwijs (2009) geeft de overheid aan de problemen te erkennen en aan te willen pakken. De overheid geeft veel subsidies voor allerlei tijdelijke stimuleringsprojecten, maar een structurele aanpak ontbreekt vooralsnog.

De motie Rijpstra (2004), die pleit voor drie uur bewegingsonderwijs per week voor alle leerplichtige leerlingen (tot 16 jaar), is een aantal jaren geleden aangenomen door de Kamer. Deze is echter tot nog toe niet uitgevoerd.

De overheid verstrekt via het gemeentefonds gelden aan gemeenten om zo accommodaties beschikbaar te kunnen stellen aan scholen. De praktijk is, dat er een capaciteitstekort is aan goede sporthallen en gymzalen om te voldoen aan de vraag naar (meer) gymuren.

Coördinatie door de overheid, zowel landelijk als regionaal, is noodzakelijk om structureel het beweegprobleem aan te pakken, vindt de KVLO. Dit blijkt wel uit de positieve ervaringen hiermee in Rotterdam (Lekker Fit) en Amsterdam (Jump In). In Rotterdam heeft de gemeente de scholen gestimuleerd om drie uur bewegen en sport te geven tijdens school en ook na schooltijd sportactiviteiten te organiseren. In Amsterdam is de voorwaarde om mee te mogen doen met Jump In (en hiervoor geld te ontvangen) dat elke school een vakleerkracht aanstelt (met subsidie van de gemeente).

Dat kinderen niet genoeg bewegen is bekend. Slechts 33% van de jongens en 22% van de meisjes onder de 18 voldoet aan de nationale norm van een uur bewegen per dag. Bewegen is niet alleen goed voor gezondheid en een middel in de strijd tegen overgewicht, maar is ook goed voor de sociale en cognitieve ontwikkeling op andere vlakken. Dit blijkt uit diverse wetenschappelijke onderzoeken . Hieruit blijkt ook dat meer bewegen niet ten koste gaat van leerprestaties, maar deze eerder bevordert!

 

Lees ook:  Ouders tevreden over .., Huidige situatie LO op school, Rol overheid.

 

1. Zie wetenschappelijk onderzoek van Visscher (Groningen), Van Mechelen, van Hilvoorde en Borghouts
(samenvatting in voorstudie Olympisch Plan 2028).
2. Maakt deel uit van VU medisch Centrum Amsterdam, onderzoek juni 2010