Log in op Mijn KVLO

Onderzoek 3+2

 

Onderzoek is er uitgebreid door verschillende instanties gedaan. Hiernaast een greep uit de resultaten>>

en hieronder een overzicht van onderzoek naar effecten van bewegingsonderwijs E.B.P.

 

Cito PPON 2009
Uit onderzoek (Periodieke Peiling Onderwijs Nederland) blijkt dat vakleerkrachten ten opzicht van groepsleerkrachten een breder aanbod van bewegingsactiviteiten aanbieden. Ook blijkt dat er bij een aantal leerlijnen een positief significant verschil is in de prestaties van de leerlingen als zij twee keer per week les hebben gehad van een vakleerkracht.

 

NICIS Institute 2009
Uit onderzoek blijkt dat vakleerkrachten LO meer aandacht besteden aan de reguleringsdoelen. Dit zijn de doelen waarbij de kinderen wordt geleerd om bewegingssituaties zelf op gang te houden door afspraken te maken, elkaar daar aan te houden en problemen op te lossen.

 

W.J.H. Mulier Instituut 2007 (H. Stegeman)
• Verantwoord bewegen leidt tot een betere kwaliteit van leven en een gereduceerde kans op een aantal ziekten en aandoeningen.
• Er zijn duidelijke aanwijzingen dat zij die als kind een adequate basis aan bewegingsvaardigheden hebben verworven zowel gedurende jeugd als ook later een fysiek meer actief leven leiden.
• Het lijkt aannemelijk dat de kwaliteit van de lichamelijke opvoeding in belangrijke mate bepalend is voor de latere houding t.o.v. opzichte van lichamelijke activiteit en voor beweeggedrag op volwassen leeftijd.
• Er is een grote kans dat gezondheidsgerelateerd gedrag dat gedurende de jeugd is geleerd, op latere leeftijd wordt gehandhaafd.
• Fysieke activiteit leidt tot een vergrote leerbereidheid; er wordt beter opgelet en de concentratie neemt toe.
• Meerdere studies laten zien dat de schoolprestaties van leerlingen die meer tijd aan LO besteden gelijk bleven of verbeterden.
• Er is sprake van leer-/ontwikkelingsmechanismen; fysieke activiteit biedt leerervaringen die noodzakelijk zijn voor een goede cognitieve ontwikkeling; bewegen stimuleert de cognitieve ontwikkeling.
• Fysieke activiteit leidt tot verbetering van de stemming, de motivatie, de mentale alertheid, de concentratie, een hoger ambitieniveau en tot een positiever zelfbeeld.

 

Centrum voor Online Onderzoek 2009 (C. Visscher)
Uit een steekproef van het Nationaal Scholenonderzoek onder 6641 ouders bleek dat 41% niet tevreden is over de kwaliteit van de gymlessen en 38% van de ouders is niet tevreden over de kwaliteit van de sportfaciliteiten. 74% van de ouders vindt het (zeer) belangrijk dat hun kind les krijgt van een gespecialiseerde sportdocent.

 

WJH Mulier Instituut 2007 (H. Stegeman)
In het literatuuronderzoek: "Effecten van sport en bewegen op school" in opdracht van de Alliantie School & Sport, kan het volgende geconcludeerd worden:
1. Er is evidentie die de stelling ondersteunt dat (matige) fysieke activiteit via verhoogde aandacht en concentratie de schoolse resultaten kan bevorderen. Er kan zonder terughoudendheid worden vastgesteld dat (meer) sport en beweging op school bij een gelijkblijvende totale onderwijstijd niet nadelig hoeft te zijn voor de schoolprestaties.
2. Er is aanleiding om te veronderstellen dat er een positieve relatie is tussen (succesvolle) participatie aan sport en bewegen en het welbevinden en het gevoel van eigenwaarde.
3. Er is aanleiding om te veronderstellen dat deelname aan sport en bewegen onder voorwaarden (waaraan in het kader van het onderwijs bij uitstek kan worden tegemoetgekomen) bij kan dragen aan het bevorderen van pro-sociaal gedrag.
4. Er zijn aanwijzingen dat een aantrekkelijk aanbod van sport- en bewegingsactiviteiten onder voorwaarden schooluitval en schoolverzuim kan beperken.

 

Nicis Institute/ WJH Mulier Instituut 2007 (M. Frelier en J. Janssens)
In het onderzoek "Wat beweegt kinderen?" kunnen we het volgende lezen:
Nog geen 30% van de jongeren van 12-17 voldoet aan de 30-minutennorm (Ooijendijk e.a. 2005) en slechts minder dan 10% van de kinderen is normactief (De Vries e.a. 2005). Vooral het laatstgenoemde baart vele zorgen. Deze leeftijd kan als een kritieke fase worden gezien voor de ontwikkeling van een actief beweegpatroon (Kemper, 1995). Immers: jong geleerd, is oud gedaan. Hoe ouder men is, des te moeilijker het wordt om van leefstijl te veranderen.

 

Het sportgedrag van volwassenen wordt voor meer dan 60% bepaald door genetische aanleg, maar zijn bij kinderen en jongeren tot in de puberteit juist de sociale invloeden (opvoeding en onderwijs) en omgevingsfactoren dominant.
Aanbevelingen:
Het is effectiever om de beleidsaandacht te richten op de personen die een belangrijke rol kunnen spelen bij de bewegingsstimulering van kinderen: ouders, leerkrachten, schoolleiders, trainers en coaches.
Schoolleiders moeten meer bewust worden gemaakt van de mogelijkheden om op het schoolplein meer kinderen te betrekken in sport en spel.
Maak de lessen bewegingsonderwijs voor meer kinderen aantrekkelijk. Door bijvoorbeeld in de bovenbouw van het basisonderwijs aparte gymlessen voor jongens en meisjes te organiseren kan meer rekening worden gehouden met, en ingespeeld worden op, de verschillende voorkeuren in de sfeer van sport en beweging.

 

Rijksuniversiteit Groningen 2008 (C. Visscher)
Als jongeren veel tijd besteden aan sport is de kans aanwezig dat dat ten koste gaat van de schoolprestaties, zo wordt nog wel eens gedacht. Hoogleraar Jeugdsport Chris Visscher is het hier niet mee eens. Hij ziet juist een positieve relatie tussen prestaties op sportgebied en in de schoolbanken.

Visscher legde uitgebreide vragenlijsten voor aan meer dan duizend getalenteerde sporters tussen de 12 en 18 jaar. De uitkomsten vergeleek hij met die van een even grote groep niet sportende jongeren. De eerste groep bleek een groter vermogen tot zelfregulatie te bezitten: ze formuleren duidelijkere doelen voor zichzelf en zijn meer gewend hun eigen leertraject te sturen. Ook zijn ze bewuster bezig met het evalueren van en reflecteren op dit leerproces. Deze eigenschappen zijn op school minstens zo belangrijk. Niet zo gek dus, dat sporttalenten ook bovengemiddeld presteren op school (voor meer info ).

 

Meer info is te vinden:
American Cancer Society, American Diabetes Association, American Heart
Association (2008). Physical Education in Schools- Both Quality and Quantity
are Important.
Bailey, R. (2006). Physical education and sports in schools: a review of
benefits and outcomes. Journal of School health, 76, 397-401.
Bailey, R. (2009). Physical education and sports in schools: a review of
benefits and outcomes. In R. Bailey & D. Kirk (eds.), The Routledge
physical education reader. Trowbridge, Wiltshire Great Britain: The Cromwell
Press.
Borghouts L. (2007). Fysieke activiteit en gezondheid. Sittard/Tilburg:
Fontys Sporthogeschool.
Borghouts L.(2009). Gym tussen wens en werkelijkheid. Lichamelijke
Opvoeding, 1, 33-37.
Coakley, J.J. (2004). Sport in society: Issues and contoversies. Eight
edition. Boston/Singapore: McGraw-Hill.
Commissie van de Europese Gemeenschappen (2007). Witboek Sport. Brussel:
COM(2007) 392 def.
De Knop, P. & De Martelaer, K.(1998b). Jeugdsport:
ontwikkelingspsychologisch en pedagogisch perspectief. Lichamelijke
Opvoeding, 4, 152-157.
De Knop, P. & De Martelaer K. (1998c). Bevordering van intrinsiek
sportplezier. Lichamelijke Opvoeding, 4, 172-177.
Hildebrandt, V.H., Ooijendijk, W.T.M. & Hopman-Rock, M. (red.) (2004).
Trendrapport bewegen en gezondheid 2002/2003. TNO, Amsterdam:
PlantijnCasparie.
Hildebrandt, V.H., Ooijendijk, W.T.M. & Hopman-Rock, M. (red.) (2007).
Trendrapport bewegen en gezondheid 2004/200. TNO, Leiden: De Bink.
Janssens J., Stegeman, H., Hilvoorde, I. van, Wolf, L., Veldhoven, N. van,
Theeboom, M., De Bosscher, V., Van Hoecke, J., De Knop, P., Schoukens, H.,
Wylleman, P., Van Den Bergh, K., Leblicq, S., Huts, K. & Van Cauwenbergh, K.
(2004). Education through sport; an overview of good practices in Europe.
Nieuwegein: Arko Sports Media.
Kemper H.C.G. (1995a). 'Amsterdams groei en gezondheidsonderzoek (1)',
Lichamelijke Opvoeding, 9, 398-402.
Kemper H.C.G. (1995b). Jongeren bewegen minder dan goed voor ze is.
Lichamelijke Opvoeding, 14, 636-639.
Kemper H.C.G., Mechelen W. van, Post G.B., Snel J., Twisk J.W.R. & Welten
D.C. (1995c). The Amsterdam Growth Study, a longitudinal analysis of heath,
fitness and lifestyle. HKP Sport Science Monograph Series, volum 6.
Kemper, H.G.C., Ooijendijk, W.T.M.& Stiggelbout, M. (2000). Consensus over
de Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen. Tijdschrift voor Sociale
Geneeskunde, 78, 180-183.
Kemper H.C.G.(2004). Mijn beweegrede(n). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg.
Lagendijk E. (2006). 'School en Sport' samen werken. Amsterdam: DSP-groep.
Manders, Th. & Kropman J.(1982). Sportbeoefening; drempels en stimulansen.
Nijmegen: Instituut voor toegepaste sociologie.
Mechelen W. van (2004). Over lichaamsbeweging en 'vet, fit en gezond'. In:
W. van Mechelen & J. Twisk (red.), Beweegredenen onderzocht. Liber amicorum
voor Han Kemper (pp. 119-126). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg.
Obin (2005). Bewegen in Nederland 2000-2004. Leiden: TNO kennis van zaken.
Schmitt, P. (2007). Over de rol van sport in het onderwijs. Commissie
Cultuur en onderwijs, Europees Parlement 2004-2009.
TNO (2009). Bewegen in Nederland 2000-2008, resultaten Monitor Bewegen en
Gezondheid. TNO, kennis van zaken.
Veldhoven, N. H. M. J. van (2008). Opvoeding en onderwijs, thema binnen de
bouwsteen
Maatschappelijke Thema's Olympisch Plan 2028. Arnhem: NOC*NSF.
Veldhoven N. H. M.J. van (2008). Sport in a pedagogical perspective-
Including coaches, trainers,
parents and young atletes in the federations'decision making. Arnhem:
NOC*NSF.
Visscher, C.(2008). Jeugdsport, leren en presteren. Over motoriek, cognitie,
tijd, kwaliteit en effectiviteit, rede uitgesproken bij de benoeming tot
bijzonder hoogleraar Jeugdsport. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.
Vries S. de & Bakker I. (2007). Het beweeggedrag van autochtonen en
allochtone stadskinderen van 6-11 jaar. In: V.H. Hildebrandt, W.T.M.
Ooijendijk, M. Hopman-Rock (red), Trendrapport bewegen en gezondheid
2004/2005. TNO, Leiden: De Bink.
VWS (2005). Tijd voor sport - Bewegen, Meedoen, Presteren. Den Haag:
ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
VWS, OCW & NOC*NSF (2005). Implementatieplan alliantie school en sport samen
sterker. Den Haag: VWS, OCW & NOC*NSF.
VWS (2006). Samen voor sport, Uitvoeringsprogramma Tijd voor Sport. Den
Haag: ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
VWS (2007). Beleidsbrief sport, De kracht van sport, Kamerstuk. Den Haag:
ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
VWS (2008). Minister Klink lanceert 'BeweegKuur'. Den Haag: ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
VWS (2008). Beleidskader Sport, Bewegen en Onderwijs, Kamerstuk, Den Haag:
ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport.