Kritische blik op het beweegstation touwzwaaien
In mei 2026 heeft de onderwijsinspectie het rapport ‘Peil.Bewegen en sport, einde basisonderwijs 2023-2024’ (Inspectie van het Onderwijs, 2026) gepubliceerd. Er is een discussie gaande over de interpretatie van de onderwijsinspectie met betrekking tot het technische onderzoek van het consortium, zie de nieuwsberichten van de KVLO.
Voor deze discussie is het interessant om te bekijken welke beweegactiviteiten in het onderzoek zijn getoetst. Zijn deze beweegactiviteiten representatief voor het huidige beweegonderwijs? Over elke testactiviteit is wel een kritische opmerking te maken en dat roept de vraag op of dit onderzoek representatief genoeg is om conclusies te trekken.
Als voorbeeld wordt één testactiviteit, touwzwaaien, nader bekeken. Dit is gedaan op grond van de technische rapportage van het consortium (De Vries, 2025). De conclusie in dit artikel van Chris Hazelebach (LO5 2026) is dat deze geteste activiteit, touwzwaaien, niet meer passend is voor het huidige beweegonderwijs.
Conclusie
is dat de keuze voor deze opstelling en opdracht niet passend is voor wat er volgens het basisdocument in het onderwijs met betrekking tot de leerlijn zwaaien aan de orde is geweest. De keuze voor deze touw-zwaai-activiteit heeft misschien te maken met de wetenschappelijke verwachting dat een test meerdere jaren achter elkaar gebruikt moet kunnen worden om vergelijkingen tekunnen maken. Vandaar dit ouderwetse hangend zwaaien aan de touwen nog blijft bestaan als test.
Mogelijk is een andere reden dat het observeren van het vertrekken en landen wel makkelijker te observeren items zijn dan het vergroten of onderhouden van de zwaai (de beweeguitdaging). Uitgaande van de nieuwe kerndoelen (SLO, 2026), waarbij het hoogste uitvoeringsniveau het experimenteren is (kerndoel 38B), zou de
beste beweger zoveel zwaai meenemen dat die geregeld half vallend op de mat terechtkomt.
Deze analyse van de testactiviteit roept de vraag op of het in deze tijd nog relevant is om met dit soort dure projecten te onderzoeken wat de beweegvaardigheid van de gemiddelde leerling is, als de activiteiten niet meer passen bij het huidige onderwijs. Het gevaar is dat deze testcultuur traditioneel onderwijs te lang in stand houdt. De onderwijsraad (2026) heeft onlangs een interessant rapport gepubliceerd over de verschillende vormen van testen in het onderwijs. Mogelijk geeft dat hoop op een andere kijk op het testen van bewegen.
Reageren kan hier>> https://www.facebook.com/kvlo.nl
Bronnen
Kritische blik op het beweegstation touwzwaaien
In mei 2026 heeft de onderwijsinspectie het rapport ‘Peil.Bewe-
gen en sport, einde basisonderwijs 2023-2024’ (Inspectie van
het Onderwijs, 2026) gepubliceerd. Er is een discussie gaande
over de interpretatie van de onderwijsinspectie met betrekking
het technische onderzoek van het consortium, zie de nieuws-
berichten van de KVLO. Voor deze discussie is het interessant
om te bekijken welke beweegactiviteiten in het onderzoek zijn
getoetst. Zijn deze beweegactiviteiten representatief voor het
huidige beweegonderwijs? Over elke test-activiteit is wel een
kritische opmerking te maken en dat roept de vraag op of dit
onderzoek representatief genoeg is om conclusies te trekken.
Als voorbeeld wordt één testactiviteit, touwzwaaien, nader
bekeken. Dit is gedaan op grond van de technische rapportage
van het consortium (De Vries, 2025). De conclusie in dit artikel
is dat deze geteste activiteit, touwzwaaien, niet meer passend
is voor het huidige beweegonderwijs. | Chris Hazelebac