Grenzen van toelaatbaar gedrag: een gedeelde verantwoordelijkheid
Er komen regelmatig zaken voor, ook in het onderwijs, waar de grens van toelaatbaar gedrag wordt getoetst. Zo ook deze zaak bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs: een leerkracht, werkzaam als invalkracht op een basisschool, diende een klacht in tegen een collega wegens ongepast gedrag. De klacht richtte zich op een mannelijke huismeester (verweerder) die, volgens de leerkracht (klaagster), regelmatig een arm om haar schouder sloeg en handkusjes gaf bij begroetingen. Deze gedragingen maakten dat de verweerster zich ongemakkelijk en onveilig voelde. Hoewel zij hier nooit openlijk over sprak, had het gedrag een aanzienlijke impact op haar welzijn en werkervaring.
Pas na een incident besloot klaagster haar ervaringen met de schooldirecteur te delen, waarna zij werd geadviseerd een klacht in te dienen bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs.
Klik hier naar het Factsheet van TNO
Het oordeel van de commissie
De commissie oordeelde dat het gedrag van verweerder ongepast was, ook al gaf hij zelf aan dat hij zijn gedrag zou hebben aangepast als dit expliciet was gevraagd. Het standpunt van de commissie was dat verweerder, ongeacht uitlatingen van de klaagster, had moeten begrijpen dat zijn handelen als grensoverschrijdend ervaren kon worden. Zeker in situaties waarin een werknemer – bijvoorbeeld door een lager functieniveau of gebrek aan ervaring – minder gemakkelijk bezwaar kan maken, moet de ander begrijpen dat bepaald gedrag als onprettig ervaren kan worden.
Daarnaast wees de commissie op het feit dat de school geen gedragsregels had geformuleerd om dergelijk gedrag te voorkomen. Hoewel het ontbreken van regels geen excuus is voor grensoverschrijdend gedrag, kunnen duidelijke richtlijnen een veiligewerkomgeving bevorderen.
De rol van de werkgever
De werkgever speelt een cruciale rol bij het creëren van een veilige werkcultuur. Zodra er signalen zijn van ongewenst gedrag, is het aan de werkgever om actie te ondernemen en concrete stappen te zetten. Dit betekent niet alleen duidelijke verwachtingen stellen en verbeterpunten formuleren, maar ook heldere consequenties koppelen aan het niet naleven van deze afspraken. Het monitoren van het welzijn van personeel en het actief signaleren van problemen zijn daarbij essentieel.
Conclusie
Professioneel gedrag binnen een schoolomgeving is niet slechts een individuele verantwoordelijkheid, maar een gedeelde verplichting. Het erkennen en aanpakken van grensoverschrijdend gedrag, samen met het opstellen van gedragsregels, kan bijdragen aan een respectvolle en veilige werkomgeving. Dit is essentieel voor het welzijn van alle betrokkenen, zowel medewerkers als leerlingen.
Zit je zelf in een situatie waarbij sprake is van ongepast gedrag (pesten, seksuele intimidatie, discriminatie etc.) of voel je je onveilig op school en wil je daar iets aan doen?
Neem dan contact met ons op zodat wij je daarbij kunnen helpen: juristen@kvlo.nl