Nieuws

Bewegingsvaardigheid leerlingen loopt verder terug..

Terug
..concludeert de onderwijsinspectie in haar rapport Peil.Bewegingsonderwijs dat vandaag 20 april 2018 is verschenen. Gelet op de zeer zorgelijke uitkomsten van dit onderzoek vindt de KVLO het onverantwoord met vrijblijvende afspraken, die geen effect sorteren, door te blijven gaan en vraagt de Rijksoverheid in te grijpen.

Vorige week was er met de presentatie van de Staat van het Onderwijs alvast een voorproefje en nu dan het volledige rapport.
In haar persbericht stelt de onderwijsinspectie dat de bewegingsvaardigheid van basisschoolleerlingen de afgelopen tien jaar is afgenomen. Leerlingen presteren minder op vijf van de acht onderdelen die ook in 2006 gepeild zijn. Op de andere drie onderdelen zijn de vaardigheden gelijk gebleven.
 
 
Wat valt op:
  • de trend van een afnemende motoriek zet zich door
  • de niveauverschillen tussen de goede en zwakke bewegers worden steeds groter
  • nog steeds krijgt een grote groep van 25% van de leerlingen maar 1 lesuur gym, al dan niet van een vakleerkracht
  • verschillen tussen leerlingen hangen ook samen met persoonskernmerken, zoals BMI; des te hoger de BMI des te lager de bewegingsvaardigheid.
 
Lichtpuntjes:
  • er is een toename van vakleerkrachten, waarschijnlijk door de inzet van Buurtsportcoaches c.q. Combinatiefunctionarissen
  • de vakleerkracht geeft brede, veelzijdige lessen
  • inzet van een vakleerkracht geeft positieve scores op meer complexe motorische vaardigheden bij leerlingen in groep 8.


Ongelijkheid in beweegkansen neemt toe
We weten dat leerlingen die maar 1 uur bewegingsonderwijs per week krijgen een grotere kans lopen op motorische achterstanden die moeilijk in het VO weggewerkt kunnen worden. De kans is groot dat deze minder vaardige leerlingen (naar schatting 25%), zeker in combinatie met een hoge BMI, niet een leven lang met plezier bewegen. Deze grote groep kinderen kan dan onvoldoende profiteren van de positieve effecten van bewegen op de volksgezondheid, het welzijn en deelname aan sport- en beweegsituaties (zonder blessures).
Het maakt dus nogal wat uit of een leerling 8 jaar lang twee uur per week bewegingsonderwijs heeft genoten van een vakleerkracht of maar 1 uur van een groepsleerkracht. De ongelijkheid in beweegkansen neemt daardoor toe.
Om vroegtijdig motorische achterstanden te kunnen opsporen en te herstellen is het nodig dat alle leerlingen van jongs af aan meteen vanaf groep 1 les krijgen van een vakleerkracht die in lijn met de motorische ontwikkeling van de kinderen kan zorgen voor een goede en brede bewegingsvaardigheid die past bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind.
 
Grenzen aan de vrijheid van onderwijs
Sinds 2010 weten we dat de motoriek van leerlingen achteruit holt en dat de verschillen in beweegkansen toenemen. Het Kabinet Rutte I wilde daarom al meer sportlessen in het PO en het beroepsonderwijs en Rutte II wilde zelfs 3 uur gymles voor alle leerlingen. Toen bleek dat 25% van de leerlingen maar 1 uur gym kreeg, werd de ambitie gauw bijgesteld naar 2 lesuren per week, deze zaten immers toch al in de bekostiging. In het sectorakkoord met de PO-raad werd in 2014 afgesproken dat elke leerling in 2017 minimaal 2 uur gym zou krijgen. Volgens de eigen evaluatie van OCW in december 2017 kreeg slechts 65% van de leerlingen 2 uur bewegingsonderwijs (Zie artikel Minister wil aanvullende acties voor Bewegingsonderwijs in het PO). Het vrijblijvende sectorakkoord heeft averechts gewerkt en we zijn nu nog verder van huis. Steeds minder leerlingen krijgen voldoende gekwalificeerde gymlessen op school.

De grenzen van de vrijheid van onderwijs en de autonomie van de scholen ten opzichte van de maatschappelijke opdracht die er ligt voor de Rijksoverheid om alle leerlingen goed te leren bewegen, lijken ruimschoots bereikt. Elke leerling heeft in Nederland recht op gelijke beweegkansen, voor nu en voor later.
 
De maatschappelijke opdracht vraagt om regie
Het is de wens van de Tweede Kamer ‘om een bepaalde garantie in tijd in de regelgeving op te nemen voor lichamelijke opvoeding in verband met bijzondere kenmerken van het onderwijs in dat vak. Die bijzondere kenmerken leiden ertoe dat een sturing alleen op inhoud (kerndoelen onderbouw, eindtermen examenprogramma bovenbouw) niet voldoet: het praktische bewegen en de tijd die daaraan wordt besteed is bij dit vak een element van de kwaliteit’ (brief Minister OCW, 11 oktober 2005).
Tegen deze achtergrond heeft de Tweede Kamer met minister Van der Hoeven al in 2005 bepaald dat er een garantie komt voor het aantal uren lichamelijke opvoeding in het VO en krijgen gelukkig alle leerlingen in het VO tot op de dag van vandaag goed en voldoende bewegingsonderwijs (zie artikel 6d WVO).

Gelet op de zeer zorgelijke uitkomsten van Peil.Bewegingsonderwijs, vindt de KVLO dat de grens van de vrijheid van onderwijs voor het aantal uren bewegingsonderwijs in het PO is bereikt. Het is onverantwoord door te blijven gaan met vrijblijvende afspraken die geen effect sorteren. De Rijksoverheid moet nu ingrijpen en de kwantiteit en kwaliteit van het bewegingsonderwijs in het PO wettelijk borgen, in het belang van goed bewegende kinderen in Nederland.
 
 
 
Jan Rijpstra (voorzitter)
Cees Klaassen (directeur)
 

Verwijzingen
KVLO-artikel over Staat van het Onderwijs
Het volledige rapport Peil.Bewegingsonderwijs

Lees ook op kvlo.nl
Kwart kinderen scoort onvoldoende op motorische test..
Minister Slob geeft antwoord op vragen over klunziger kinderen
Onderwijsinspectie presenteert peilingsonderzoek bewegingsonderwijs
Ik heb een vraag!
Juridisch
0306937678
Onderwijs
0306937674
Aankomende activiteiten
29
sep
Online Kennisdag Sport en...
Agendapunt bekijken
01
okt
De Gezonde Basisschool van de...
Agendapunt bekijken
05
okt
Week van de motoriek
Agendapunt bekijken
LO-Magazine
Hèt Magazine vol nieuws,
achtergronden en praktijk...
Lees meer
Is jouw collega al lid?
  • Hoe meer leden we hebben, hoe meer we voor elkaar kunnen krijgen. Ook voor je collega’s die nog geen lid zijn.
  • Lid worden kan via..
Terug naar boven
Een ogenblik geduld alstublieft...