Nieuws

Gymmen kan ook buiten het gymlokaal

Terug
Op de site van de PO Raad staat een artikel onder deze naam van Marijke Nijboer. Hans Dijkhoff reageert erop namens de KVLO.

Door het schoolplein doordacht in te richten, bewegen meer onderdeel te maken van het hele programma en samen te werken met partners, lukt het soms om kinderen veel meer dan de gewenste twee uren per week bewegingsonderwijs te geven. En: omkleden is niet altijd nodig. Dat scheelt zo een kwartier... is de intro van het artikel Gymmen kan ook buiten het gymlokaal.

Allemaal waar maar verwar buitenspelen niet met bewegingsonderwijs, zegt Hans Dijkhoff. Hieronder volgt zijn reactie...


Gymlokaal blijft hard nodig om goed te leren bewegen
 
Het artikel in de PO-Raad-special met al titel ‘Gymmen kan ook buiten het gymlokaal’ geeft een prachtig overzicht van allerlei goede initiatieven om meer te bewegen op de basisschool en hoe dat op verschillende manieren te faciliteren en te organiseren. Duidelijk wordt dat meer bewegen (als middel) grote positieve invloed heeft op de gezonde en sociale leefstijl van kinderen. De vakvereniging KVLO ondersteunt die ontwikkeling van harte en ziet ook de meerwaarde van bewegen als ondersteuning van allerlei doelstellingen in het basisonderwijs.
 
Allereerst moet ik beamen dat de titel van het stuk klopt. In de jaren dat ik zelf actief docent LO was, heb ik de leerlingen van mijn basisschool regelmatig mee naar buiten genomen. Ik was bijvoorbeeld in de gelukkige omstandigheid dat ik ze mee kon nemen naar een loopparcours in de duinen vlakbij school. De leerlingen konden dan ervaren hoe het is om in de natuur te lopen en leerden hun grenzen kennen. Ik leerde ze om te gaan met verhoogde hartslag en ademhaling en liet ze kennismaken met looptempo en paslengte en verzuring.
Toch moet ik bij het vervolg van het artikel enkele kanttekeningen plaatsen.
 
Wanneer wordt bewegen gymmen?
Het gevaar dreigt dat we in de valkuil trappen beweegspelletjes en het afleggen van een bewegingsparcours in plaats van het vakonderwijs aan te bieden (“Waar vroeger twee uur werd gegymd in de zaal, gebeurt dat nu nog één keer in de week. Het tweede uur doen de kinderen buiten af”). Daardoor zullen de beoogde leerdoelen onvoldoende bereikt worden, waardoor leerlingen onvoldoende bewegingsvaardigheden meekrijgen om nu en later goed te kunnen deelnemen aan de beweeg- en sportcultuur.

Hoewel in het voorbeeld het schoolplein een aantal nieuwe beweegmaterialen heeft gekregen, is een schoolplein een minder goede leeromgeving voor bewegingsonderwijs. Een gymlokaal is specifiek ingericht voor het bereiken van de doelen uit de twaalf leerlijnen, bijvoorbeeld met ringen, touwen, trampoline, valmatten, wandrek enz. Bovendien geeft een besloten ruimte meer kans om als leerkracht de pedagogische sfeer te voelen en gerichte leerhulp te geven aan de hele groep.

Kinderen vrij laten bewegen op een goed ingericht schoolplein heeft zeker een positief effect op het bewegingsgedrag, net zoals vrij mogen praten tijdens de pauze een positief effect heeft op de taalontwikkeling van een kind. Maar er worden toch ook geen taallessen geschrapt als de kinderen langer mogen buitenspelen? Tegenwoordig is er tijdens het buitenspelen soms ook een gestructureerd aanbod waarbij de kinderen verplicht in groepjes bepaalde beweegspelletjes moeten doen, waardoor de kinderen in herhaling een activiteit doen en daardoor ook gerichter leerhulp kunnen krijgen. Hierdoor wordt het buitenspelen gestuurd onderwijs en kan het als een gymles opgevat worden.

Zo heeft de Vijf Hoeven zo’n tien procent van de lessen LO ingericht. Daar is dan wel een vakleerkracht bij die dit begeleidt. Het is een geïntegreerd onderdeel van het vakwerkplan op die school. In overige gevallen vindt de KVLO dit een goed voorbeeld voor een derde gym-uur, maar dit kan het tweede gym-uur in de gymzaal niet vervangen, omdat dan niet alle leerlijnen voldoende aan bod kunnen komen.
 
Buitenspelen, even pauze…
Buitenspelen op het schoolplein werd vroeger ook wel pauze genoemd. Daarin hoefde de leerling even niet te leren, maar mocht iets voor zichzelf doen. Vroeger ging dit vaak fout omdat dan 200 kinderen op een leeg schoolplein werden losgelaten. Gelukkig hebben niet meer alle kinderen tegelijk pauze waardoor er minder kinderen tegelijk op het plein zijn en zijn er ook meer speeltoestellen.

De behoefte van de meeste kinderen in de pauze is niet om weer les te krijgen, maar om even zelf te bepalen wat je wilt doen. In het vrije spel ligt de kracht van het buitenspelen en daar worden competenties uit verschillende vakgebieden gecombineerd, bijvoorbeeld het mikken en rekenen bij het knikkeren, zingen en springen bij het touwtjespringen, discussiëren en trappen bij het voetballen, kletsen en bouwen in de zandbak. Laat de pauze de pauze, zorg voor een uitdagende omgeving en geef kinderen de ruimte! Verwar deze activiteit echter niet met bewegingsonderwijs en geef kinderen bij buitenspelen vooral de ruimte om zichzelf te ontdekken.
 
Leren en laten bewegen
Meer bewegen op de basisschool is in het belang van elk kind en het is onderwijskundig van belang een onderscheid te maken tussen beter leren bewegen (= doel) en vaker laten bewegen (= middel) voor een brede persoonlijke ontwikkeling.
 
Hans Dijkhoff
Hoofdredacteur
Lichamelijke Opvoeding
Vakblad van de KVLO
Reacties (2)
Bezoeker18 mei om 10:30
Veel schoolpleinen zien er opvallend leeg en desolaat uit. Verwonderlijk, omdat we de bewegingsarmoede en daarmee het almaar uitdijende overgewicht bij kinderen en jongeren als een ernstig gevaar voor de toekomst zien.
Deze onderwaardering van het schoolplein wordt weerspiegeld in de opleiding van basisschoolleerkrachten. Pabo’s zouden meer aandacht moeten besteden aan de betekenis van sport en bewegen op de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden. Maar zelfs bij onderwijsprogramma’s ‘lichamelijke opvoeding’ krijgt het ‘vrije spel’ (zo je wilt de buitenruimte) niet of nauwelijks aandacht. Het lijkt alsof de Pabo toekomstige leerkrachten aflevert met pleinvrees…! Juist bij jonge kinderen is het vrije-spel enorm belangrijk, in ieder geval minstens zo belangrijk als de gymles!
Bezoeker19 mei om 10:52
Het is een feit dat lang nog niet alle schoolpleinen goed ingericht zijn. Daar is een wereld te winnen. Juist omdat het zo belangrijk is dat kinderen goed leren spelen en bewegen, moet dat begeleid worden door gekwalificeerde mensen. Lichamelijke opvoeding is uit het programma van de reguliere Pabo gehaald voor de groepen 3 t/m 8. Daar zijn diverse redenen voor geweest. Daarop ga ik hier niet in. Naast dat kinderen de tijd moeten krijgen om vrij te bewegen, dienen ze ook daarvoor de juiste gereedschappen mee te krijgen. De bevoegde vakleerkracht heeft daarvoor geleerd. Daarom is het van belang dat er voldoende uren lichamelijke opvoeding blijven/komen (op heel veel scholen wordt nog niet voldaan aan de twee keer 45 minuten).

Hans Dijkhoff
Reageer Reactie plaatsen
Ik heb een vraag!
Juridisch
0306937678
Onderwijs
0306937674
Aankomende activiteiten
22
jun
Online Masterclass...
Agendapunt bekijken
06
sep
Startdag van de master LO en...
Agendapunt bekijken
20
sep
Online cursus ‘Van start met...
Agendapunt bekijken
LO-Magazine
Hèt Magazine vol nieuws,
achtergronden en praktijk...
Lees meer
Is jouw collega al lid?
  • Hoe meer leden we hebben, hoe meer we voor elkaar kunnen krijgen. Ook voor je collega’s die nog geen lid zijn.
  • Lid worden kan via..
Terug naar boven
Een ogenblik geduld alstublieft...