Nieuws

Laat je niet gek maken door het Athletic Skills Model!

Terug
Ter discussie: Hoe de eenzijdigheid van topvoetballers leidt tot een bizarre poging tot herinrichting van sport- en bewegingsonderwijs.

In deze rubriek (in LO-Magazine) mag je iets aan de orde stellen wat te maken heeft met ons vak en onze doelgroep(en). De inhoud is voor rekening van de auteur en de redactie hoeft het daarmee niet eens te zijn. De toon mag niet kwetsend zijn. Onderaan dit artikel kun je reageren..

Auteur: Jo Lucassen


De Hogeschool van Amsterdam heeft een nieuwe beweegzaal. Deze site en dagblad Trouw deden hier medio november verslag van. De ruimte heeft niet de gebruikelijke rechthoekige vorm en sportgerichte belijning, want ze sluit aan bij een nieuwe benadering van leren bewegen. “Kinderen moeten op een andere manier leren bewegen. Daar past een nieuwe gymzaal bij.” Verderop in het artikel wordt verduidelijkt aan welke nieuwe invulling van bewegingsonderwijs men dan denkt: niet het aanleren van sporten moet centraal staan, maar de grondvormen van bewegen. Opleidingsmanager van de ALO Terwee: “De klassieke gymzaal is recht en hoekig, omdat de sportvelden die vormen hebben. Maar voor natuurlijk bewegen is dat helemaal niet logisch. Daarom is hier veel asymmetrisch. Dat daagt de kinderen én de leerkracht uit om andere beweegvormen in te zetten.” .


Deze nieuwe benadering stoelt op het gedachtengoed van het Athletic Skills Model, verantwoordelijk voor het ontwerp van de zaal: laat kinderen zo veel mogelijk verschillende bewegingen leren. Mede-grondlegger Savelsberg in Trouw: “Variatie is fundamenteel in bewegen. Dit is goed voor de brede motorische ontwikkeling en voor de gezondheid en het welzijn van de mens.”

Het artikel in Trouw geeft de achtergronden van deze vernieuwing natuurlijk maar beknopt weer. We kunnen het pleidooi voor een brede motorische ontwikkeling van het ASM zeker van harte ondersteunen. Toch schemeren ook een aantal opmerkelijke veronderstellingen daarin door, zoals:
  1. Het huidige bewegingsonderwijs biedt kinderen weinig variatie en leert ze weinig verschillende bewegingen
  2. Bewegingsonderwijs oriënteert zich te veel aan de sport
  3. Bewegingsonderwijs daagt leerlingen en leerkrachten te weinig uit tot een creatieve aanpak.

Weinig variatie?
Wat het eerste punt betreft: voor een algemeen knelpunt in variatie is niet direct veel bewijs te vinden. Zeker, in de praktijk zal er ook wel eens een leerkracht zijn die niet zo veel varieert, maar er zijn diverse methoden voor bewegingsonderwijs die alle gevarieerdheid en breedte in zich hebben. In het basisdocument van de SLO zijn variatie en brede ontwikkeling de hoekstenen van de programmering. Het is gericht op het leggen van een brede basis van ervaringen met beweeguitdagingen volgens twaalf leerlijnen. Daarin komen inherent alle fundamentele vaardigheden aan bod uit de onlangs gepresenteerde schijf van 10 van het Athletic Skills Model. Voor een gevarieerd lesprogramma is een zaalinrichting gericht op ASM trainingsvormen zeker geen voorwaarde, die variatie kun je ook bereiken door het aanwezige materiaal beter te gebruiken.

Oriëntatie op bestaande sport
Punt 2: is het problematisch dat het bewegingsonderwijs zich oriënteert op de bestaande sport?
Het verwerven van de bekwaamheden om deel te nemen aan de bestaande bewegingscultuur vormt naar mijn oordeel een terecht vertrekpunt van dit leergebied. Sport maakt daar deel van uit naast andere beweegvormen zoals dans, fitness en ongeregelde beweegactiviteiten (freestyle zal ik maar zeggen). En die moeten in het bewegingsonderwijs naast sportgeoriënteerde activiteiten zeker ook aan bod komen. In het huidige bewegingsonderwijs zijn in de onder- en middenbouw van de basisschool de sportgeoriënteerde activiteiten zeker niet alleen leidend. In die praktijk speelt brede kennismaking met beweegvaardigheden de hoofdrol. Maar juist omdat veel kinderen ook al in sporten actief zijn, sluiten sportgerichte activiteiten aan bij hun leefwereld.

Vanuit opvoedkundig oogpunt kan worden gepleit voor een kritische benadering van sport. In verschillende opzichten kunnen sportbegeleiders nog het nodige leren van vakleerkrachten. Als je meent dat kinderen niet moeten leren sporten slaat dat naar mijn idee door. Dan schaar je je bij dat deel van de vakleerkrachten dat van de jeugdsportpraktijk een karikaturaal beeld heeft: die zou gericht zijn op eenzijdige motorische ontwikkeling, zich puur oriënteren op prestatie- en competitiesport en over-gereglementeerd zijn. Dat sport een enorme variatie kent in sporttakken, benaderingen en niveaus van beoefening is toch een bekend gegeven. Bovendien is in de jeugdsport coaching een stevige heroriëntatie gaande op een pedagogische aanpak en op brede motorische ontwikkeling. Bewegingsonderwijs en jeugdsportbegeleiding groeien in dit licht naar elkaar toe. Een proces dat alleen maar kan worden toegejuicht.

Aanleiding
Bewegingsonderwijs volgens het ASM lijkt zich te verzetten tegen een aanpak van het onderwijs die zich aan sport oriënteert. Moet bewegingsonderwijs kinderen dan niet voorbereiden op deelname aan de bestaande sport- en bewegingscultuur, maar op een leven lang trainen van fundamenteel motorische vaardigheden? Wat is dan de verwachte meerwaarde van die vaardigheden? Om dit te begrijpen moeten we terug naar de oorsprong van het ASM. “Ik zag dat het goede voetballers waren, maar nog geen atleten.” Met deze gedachte begon René Wormhoudt, founder van het Athletic Skills Model, al in 1995 bij AFC Ajax met een andere manier van denken over bewegen. Wormhoudt, opgeleid als fysiotherapeut en jarenlang conditie-, kracht- en hersteltrainer van het eerste team van Ajax, constateerde dat de Ajax topspelers hun motorische vermogens niet over de volle range hadden ontwikkeld. In de talentcoaching heerst al langer het idee dat een brede vorming van motorische vaardigheden je ook als talent verder brengt (verkleint o.a. het blessurerisico). De achtergrond van het ASM moet dus vooral worden gezocht in het verbeteren van de vorming van toptalent.

Wat voor ontwikkeling van talentvolle bewegers geldt, wordt nu naar het bewegingsonderwijs doorgetrokken: het bestaande bewegingsonderwijs legt te weinig een breed motorisch fundament en zonder voortdurende brede ontwikkeling van fundamentele motorische vaardigheden (BMS) kun je geen goede sporter/beweger worden. Er is absoluut een hele boel in te brengen tegen vroegtijdige specialisatie in een tak van sport en te vroege talentselectie. Aan de andere kant kun je niet ontkennen dat veel kinderen die zich behoorlijk intensief met een sport inlaten daar veel voldoening en plezier uithalen. Je kunt niet verwachten dat mensen zich liever geen sport eigen maken en hun hele leven hun BMS blijven trainen op de Athletic Skills Garden. Dat mag nuttig zijn voor toptalenten, maar voor de sportdeelname in de breedte is dat te betwijfelen, omdat we uit onderzoek weten dat het gros van de oudere sportbeoefenaren nog steeds (of opnieuw) de sport beoefenen waaraan ze in hun jeugd plezier beleefden. En verder van fitness bekend is dat maar een beperkt deel van de fitnessers op een soortgelijke manier door de activiteit zelf intrinsiek gemotiveerd is.

Gangbare inzichten zeggen iets anders
Het blijven centraal stellen van fundamenteel motorische vaardigheden strookt ook niet met gangbare inzichten in het proces van motorische ontwikkeling. Een proces dat wel wordt weergegeven als de berg van motorische ontwikkeling. Daarin wordt aangenomen dat het accent fasegewijs verschuift van leren van basisvormen naar (individuele) verdieping in (context)specifieke vaardigheden.
 

Creatieve aanpak lastig?
3. Daagt het bewegingsonderwijs leerlingen en leerkrachten voldoende uit tot een creatieve aanpak?
Hier heeft de HvA een punt. Zeker voor leerlingen in de bovenbouw PO en VO. Soms zitten leerkrachten wel erg vast aan hun vertrouwde lessenreeks met een vaste opbouw. Er wordt weliswaar geëxperimenteerd met vergroting van autonomie bij de programmering en met zelfsturing, maar je kunt niet zeggen dat dit al op een breed front wordt toegepast.
In dit licht is een verandering van de zaalvorm en -inrichting een interessant experiment. Want de aanpak daarvan is bepaald niet vooruitstrevend te noemen. De inrichting van veel gymzalen is (noodgedwongen) oubollig met toestellen, zoals wandrekken en klimtouwen, die nog dateren van de militaristische weerbaarheidstraining. Er wordt wel op meer plaatsen geëxperimenteerd, onder meer met video-walls, maar de spanning tussen wat technisch mogelijk is (video, gaming, led patronen, flexibele wanden) en de basisvereisten wordt steeds groter. Over actualisering van die basisvereisten wordt op dit moment gelukkig wel gesproken. Toch is niet te verwachten dat de conclusie is dat er overal ASM zalen moeten komen. Want ook standaard rechthoekige zalen met veel verplaatsbare middelen, met ‘losse’ materialen bieden docenten en leerlingen ruime mogelijkheden om creatief arrangementen te maken en veranderen.
Dat de huidige inrichting in sommige opzichten weinig variatie kent, wil opnieuw niet zeggen dat je het kunt omkeren. Dat er vernieuwing nodig is, betekent niet dat alle gymzalen onmiddellijk herbouwd en -ingericht kunnen en moeten worden. Multifunctioneel gebruik, het combineren van gebruik voor bewegingsonderwijs en sport, blijft wenselijk al was het alleen maar om redenen van accommodatiebezetting en rendabele exploitatie.

Conclusie
Al met al presenteert het ASM haar aanpak en producten – zoals een ASM gymzaal - als een benadering die belangrijke meerwaarde heeft ten opzichte van wat aangeboden wordt via andere methoden van bewegingsonderwijs. Dit omdat de veronderstelde eenzijdigheid van de jeugdsportbegeleiding, die nadelig is voor scholing van toptalent, klakkeloos wordt doorgetrokken naar het bewegingsonderwijs. Het bewijs voor de meerwaarde van de ASM-zaal bij bewegingsonderwijs moet echter eerst nog maar eens worden geleverd.
Reacties (11)
Jennifer Nuij16 dec om 18:06
Wat mij betreft een kritische kanttekening. Het getuigt van lef om af te wijken van de bestaande sportcultuur. Als ASM-specialist overschrijf ik het nut en het plezier van de ASM-denkwijze en ik kijk uit naar de derde opleiding. In het begin paste ik de structuur altijd toe. Nu gebruik ik het om bewuste variatie toe te passen; als een tool. Ik ben, net als de auteur, nog niet overtuigd van andere aspecten zoals de beweegzaal. Kinderen herkennen de structuur van de sport als deze gespeeld wordt en willen, althans in mijn lessen, écht voetballen. En geen variatie. Ja, voor eventjes maar er gaat niets boven een ouderwets potje voetbal (liefst 8 tegen 8 in de zaal 😂). Tegelijkertijd ben ik nieuwsgierig wat dit soort innovaties gaan opleveren. Ik bekijk het van een afstandje en vind het prima dat ik een 'gewone' zaal heb waar in oneindig mee kan variëren. Uiteindelijk is het niet de omgeving die bepalend is maar de trainer of de docent. De beste docenten zijn de docenten die met weinig middelen alsnog actuele, betenisvolle én uitdagende beweegsituaties kunnen bedenken. Mocht er ooit een clinic worden geheven op de ALO, dan kom ik met plezier uitproberen en probeer ik open minded naar vernieuwingen te kijken, ook al moet je je dan soms even over wat weerstand heen zetten.
Cas16 dec om 20:52
Woorden om over na te denken...
Alhoewel het mooiste van ons vak is, dat het dynamisch is. Het blijft zich maar ontwikkelen binnen elke hoek en tak van lesgeven, sport en bewegen. Er bestaat geen beste of superieure manier van lesgeven of aanbod van je leeractiviteiten. Met alle kennis die je vergaart zet je het naar je eigen hand. Dat is het leuke van het vakgebied. Het is geen zwart noch wit. De visie van het ASM brengt meer variatie en plezier terug in je organisatie en arrangement. Tenminste dit zijn vaak reacties die ik terugkrijg van mijn leerlingen. Als docent LO ben je bekwaam genoeg om het voor jezelf in te vullen wat een klas of individu nodig heeft. En zoals in de reactie hierboven beschreven wordt een (ouderwets) potje voetbal op groot veld blijft een klassieker.
Er wordt tevens ook niet beweert dat elke zaal een ASM-zaal moet worden. Op de ALO is het natuurlijk uniek voor de docenten in opkomst en biedt het ruimte tot anders denken. Hoe leuk is het als je op die manier je lessen kan geven met a lot of creativity?
Ik zou als leerling uit me bol gaan van enthousiasme! En schijf van tien of de leerlijnen. Doel van het vak is toch hetzelfde, alleen de invulling is anders ook wel concentrisch genoemd?

Zelf heb ik twee ASM opleidingen gedaan. Vond het fantastisch en raad het iedereen aan. Voor de nieuwe kijk op bewegen maar vooral om weer even jezelf uit te dagen tot nieuwe ideeën en creativiteit!
Stagedocent 3e jaars17 dec om 00:12
Eens dat de nieuwe ASM-zaal op de ALO uniek is voor studenten, met name voor het anders denken maar geef studenten eerst eens fatsoenlijke (methodische) vaardigheden mee. Al enige tijd verbaas ik me over de matige lesgeef vaardigheden van studenten. Het gebrek aan methodieken en creatieve/vernieuwende vormen (sport- en spelgerelateerd). Studenten maken enorme lesvoorbereidingen waarbij de focus te veel ligt op de implementatie van theorie. Tijdens de les ontbreekt het veel studenten aan simpele inzichten zoals: wat ga ik nou doen om kinderen beter te leren bewegen? Welke (methodische) stappen, welke tips en welke differentiatie pas ik toe om leerlingen uit te dagen op niveau? Uitdagen om succes te laten ervaren en grenzen te verleggen. Het ontbreekt studenten simpelweg aan déze inzichten. Tuurlijk is stage ervoor bedoeld om deze inzichten te vergroten maar de basis ontbreekt. Teleurstellend! Het begint met de vorm van lesgeven op de ALO. Ga niet turnen met 8 dikke matten.. Nee, maak de vertaling naar het werkveld. De meeste gymzalen beschikken over 2 of max. 3 dikke matten. Leer creatief omgaan met weinig materiaal! Dat het accent op de ALO te veel ligt op de theorie wordt bevestigd tijdens het jaarlijkse stagebezoek. Ieder jaar weer neemt een stagedocent (red) weinig tijd om écht naar de student te kijken als hij/zij lesgeeft. Tijdens het lesbezoek wordt gevraagd naar het stagedossier. Daar lijkt de focus op te liggen.. Beste ALO A’dam: jullie zien de studenten maar kijken niet écht naar ze! ASM biedt op bepaalde vlakken absoluut inspiratie en vernieuwing maar zorg alsjeblieft eerst voor meer aandacht aan bovenstaande! Succes 🤞🏼
Shana17 dec om 12:32
Er lijkt hier een recensie geschreven te zijn over een film die je nog niet hebt bekeken. Er mag altijd een wederklank zijn, maar dan moet het wel gestoeld zijn op ervaringen. Heeft de auteur de opleiding gevolgd? Het klinkt in ieder geval van niet, want dan zou je weten dat het ASM het niet op deze manier stelt. In plaats van tegengas kan de auteur ook denken, wat leren de LO-docenten ervan? Het één vervangt niet het ander. Het is complementair aan elkaar. De reacties van alle personen die ik ken, die de ASM-opleiding hebben gevolgd, geven aan vol nieuwe inspiratie te zitten. Daarvan profiteren ze in het bewegingsonderwijs. Niet elke school is in staat een gymzaal zoals die van de ALO aan te leggen, maar volgens mij ziet het ASM dit ook niet als doel. Het is een mogelijkheid tot... indien... Het is niet of of.
Jaap Verhagen Veronon.nl18 dec om 13:18
Mooi tegen geluid en dat alleen al is goed om te lezen. Er zijn zoals vaak meer wegen die tot enigszins hetzelfde resultaat kunnen leiden. Conclusies kunnen in deze nog maar sporadisch worden getrokken. De drie genoemde punten zijn in ieder geval in een reguliere gymzaal door een goede leerkracht absoluut te bereiken .
Er is nog geen of nauwelijks longitudinaal onderzoek gedaan dus daar is ook op zijn minst voorzichtigheid geboden.

Innovatie is goed. Al het bestaande overboord gooien niet. Budgetten spelen ook mee. Ik kan prima een gymzaal meer gedifferentieerd en uitdagend maken zonder enig asm achtergrond, daar ben ik namelijk, net als alle lezers waarschijnlijk, voor opgeleid.

Natuurlijk is breed ontwikkelen goed. Maar smal, gedifferentieerd kan ook. Chinese turners en tafeltennissers zijn echt goed geworden van heel veel turnen en heel veel tafeltennissen.

Ik ben benieuwd naar enig onderzoek naar resultaten in ( en laten we dat niet vergeten alleen beweeg vaardigheden) een verschil tussen asm en ‘meer traditioneel’ motorisch scholen.

Wie het weet mag het zeggen 😉
Eric Herber20 dec om 08:47
Prachtig artikel en mooie onderbouwing van en door Jo.

Hoezo 'ASM-instructeurs' en 'Athletic Skills Model'?!?!
Het ASM is toch niet meer dan een moderne verpakking van een zeer gewaardeerde en bekende en bewezen inhoud?!
Namelijk: Zo veel mogelijk uitdagen in zo veel mogelijk settings; en het liefst ook buiten de muren van welke zaal dan ook.
Het artikel EN de reacties zijn toch een 100% oproep/legitimatie om in alle scholen (2 tot 5 momenten van telkens 1 uur in de week) BewegingsOnderwijs aan te bieden?!?!
Want de goede 'Gymmees' en 'Gymjuf' bieden toch alles breed-motorisch en gedifferentieerd aan?!?!?
René22 dec om 18:17
Een mooi artikel! Tegenstellingen maken ons weer scherp op de inhoud.

Al zou ik liever de discussie zien gaan over de inhoud van het vak, opleidingsniveau van zowel de ALO’s als de PABO’s want te vaak stromen hier de minder getalenteerde (vak)leerkrachten door.

Hoe zorg ik er voor dat leerlingen zo meteen klaar zijn voor de huidige sport- en beweegcultuur? En wat is dan de huidige sport- en beweegcultuur? Hoe haak je aan bij trend en ontwikkeling en hoe vertaal je die?

Met pijn in het hart zie ik helaas nog de ouderwetse situaties, organisatievormen zoals wachtrijen te vaak voorkomen wanneer over de kast springen, ring zwaaien enzovoorts terug komt. We staan en zitten nog niet genoeg stil met z’n allen?

Helaas zie ik nog maar weinig uitdagende en uitnodigende situaties waarbij je als kind gekieteld wordt om te gaan bewegen.

Voor deze weinig innoverende docenten is iedere training ASM of een dag bij van Gelder en Stroes een eye opener.

Conclusie van mijn betoog! Laten wij ons oriënteren op de basis en daar eens kwaliteit verhogen. Zullen wij onze docenten eens breder en beter gaan opleiden?
Van de krenten in de pap zoals een prachtige zaal eens gaan genieten . Laten wij hopen dat de exploitant van deze zaal een geweldig beleid heeft en met deze mooie faciliteiten de kinderen nog meer plezier kunt geven in het bewegen.




m.waal24 dec om 22:04
De grote winst van ASM is dat oude vernieuwingen in een modern jasje beter aansluiten bij de huidige tijd. Voor sporttrainingen is ASM een geweldige vernieuwing en voor veel voortgezet onderwijs scholen, die sportgeorienteerd zijn ook. De relativering van de traditionele sport-trainingen als de beste leervorm is direct verbonden met het los laten van het idee dat iedereen de de ideale eindvorm moet leren.
Het pleidooi van ASM voor meer aandacht voor de fundamentele motorische vaardigheden is terecht in de huidige tijd waarin de motorische vaardigheid van de kinderen steeds minder wordt.
Eenvoudige beweegactiviteiten in een goede pedagogische setting zijn waardevoller dan "het aanleren van de koprol of de lay-up".
Terecht is er kritiek op de huidige jeugdsport, die te vroeg specialiseert. Zeker kinderen tussen de 4-8 jaar zijn meer gebaat bij een breed beweegaanbod, dan alleen maar gym of voetbal. Maar omdat de verenigingen leden nodig hebben voor hun voortbestaan, worden deze jonge kinderen opgeofferd aan koning sport. Laten we zoeken naar nieuwe naschoolse "speelse sportvormen" voor 4-8 jarigen, die niet verwijzen naar de echte volwassen sport.
Het is fijn dat zoveel vakleerkrachten ASM als vernieuwing zien voor het bewegingsonderwijs. Samen met de oudere vernieuwers vormen ze een groep die er voor kan zorgen dat het bewegingsonderwijs speelser wordt dan de oude sportmethodieken.
Zoals Jo al schreef komt het bewegingsonderwijs en de jeugdsport steeds dichter bij elkaar. Hoelang zal het nog duren voordat de jeugdsport (4-8 jaar) op een goede bewegingsonderwijsles gaat lijken?
Benieuwd hoe ASM de overeenkomst ziet tussen BSM en de leerlijnen?
@win29 dec om 20:15
Tijdens de ASM bijeenkomsten heb ik veel geleerd en heeft het mij tevens enorm geïnspireerd.

Tijdens (hockey)trainingen van jongste jeugd t/m selectie senioren heeft het gedachtegoed mij geholpen met het creatief vormgeven van prachtige leerzame momenten die de leden keer op keer weten te prikkelen. Vele spelers die al lang wonen en werken in Almere en Amsterdam komen wekelijks naar de club in ons "kleine" dorp Dronten om samen te genieten van bewegen.

Op het MBO (Sport & Bewegen) vormt het ASM voor mij en vele collega's ook die zelfde rode draad in de praktijk- en theorielessen. Hierdoor ben ik van mening dat ik de trainers en sport/spelbegeleiders van de toekomst een mooi concept kan meegeven waarmee ze straks op hun beurt de jeugd kunnen inspireren en uitdagen.

Zie het al een alternatieve optie die men samen mag inpassen in het huidige programma op de club of in de lessen bewegingsonderwijs.

Niks moet maar bijna alles mag .
Check wel eerst even de ASM-code.
Als je de opleiding zelf ook gedaan hebt begrijp je wat ik daar mee bedoel.

Mvg,




Remo mombarg 9 jan om 12:07
Wat goed dat we inhoudelijk het hier over hebben!
Is het denkbaar dat beide visies: brede motorische ontwikkeling/fundamentele motorische vaardigheden en meer sportgerichte ontwikkeling elkaar aanvullen? Misschien is het zelfs wel een recht van kinderen om hun eigen invulling van bewegen en sporten vorm te geven en is onze functie vooral het geven van tools om dit kunnen. Dat betekent brede motorische en sportvaardigheden, sportidentiteit en motivatie (wat wil ik eigenlijk zelf?), kennis en zelfregulerend vermogen. Een mooi model hiervoor is recentelijk ontwikkeld. Je zou deze kunnen lezen van binnen naar buiten. Daarmee is het model van Clark en Metcalfe (2011) aangevuld met wat kinderen zelf willen (Zie mooie visie gemeente Groningen). Volgens mij erg van belang!
https://www.linkedin.com/in/remo-mombarg-a7ba756/detail/recent-activity/



Jo Lucassen14 jan om 19:16
Remo,

Goed om hierover door te praten. Naar mijn oordeel ook aanleiding om het concept Physical Literacy opnieuw onder de aandacht te brengen en bekijken of dit een verbindende rol kan spelen in visie-afstemming en bundeling van meetmethoden.
Reageer Reactie plaatsen
Ik heb een vraag!
Juridisch
0306937678
Onderwijs
0306937674
Aankomende activiteiten
20
jan
Landelijke studiedag Basislessen...
Agendapunt bekijken
18
feb
Najaarsscholing
Agendapunt bekijken
08
mrt
Online cursus ‘Van start met...
Agendapunt bekijken
LO-Magazine
Hèt Magazine vol nieuws,
achtergronden en praktijk...
Lees meer
Is jouw collega al lid?
  • Hoe meer leden we hebben, hoe meer we voor elkaar kunnen krijgen. Ook voor je collega’s die nog geen lid zijn.
  • Lid worden kan via..
Terug naar boven
Een ogenblik geduld alstublieft...