LO Bonus

Het bewegingsontwerp van 2018

Terug



De neo-klassikale les door de vakbekwame vakleerkracht

Begin 2017 is de eerste ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor het beste bewegingsontwerp van het jaar. Uit de inzendingen op de eerste ontwerpwedstrijd bleek dat met name klassikale activiteiten veel succes genieten in het werkveld. Bij kinderen én leerkrachten. Dit zien we ook op de social media terugkomen. Toch blijkt het ook lastig om voor een grote groep kinderen een leerrijke omgeving te ontwerpen in klassikale vorm. De uitdaging is dit jaar om juist zo’n leerrijke klassikale les te ontwerpen. Daarom noemen we dit ook de ‘neo-klassikale gymles’. De KVLO roept alle deelnemende vakgroepen in het basisonderwijs op een ontwerp indienen. De winnende vakgroep ontvangt van Maré-didakt een waardebon van €250,- voor het aanschaffen van nieuwe bewegingsmaterialen.

Tekst: Corine Visser


Voor de ontwerpwedstrijd presenteren we hieronder drie inhoudelijke ontwerpkenmerken voor de neo-klassikale gymles waarin de kracht van gezamenlijk één activiteit doen wordt gemengd met de kunst van rijk onderwijs. Het beste van twee werelden dus. Wie kan het beste het mixen en wint de ontwerpwedstrijd voor klassikale activiteiten? 

De plek van een klassikale les 
In een vakwerkplan worden groepjeslessen afgewisseld met vrije lessen en ook eens in de zoveel tijd een klassikale les weinig eisen worden gesteld aan ‘wat er bewegend te leren is’ voor de kinderen. Daarnaast is de belevingswaarde vaak toegespitst op de grote middengroep. Pedagogisch gezien zitten er daardoor nogal wat haken en ogen aan veel  klassikale lessen. Kinderen kunnen vaak niet op eigen niveau deelnemen en staan onder groepsdruk als zij iets verkeerd doen. Zeker als er tegengestelde belangen centraal staan. De ontwerpwedstrijd moet voor het werkveld nieuwe inspiratie opleveren in het neerzetten van kwaliteitsrijke klassikale lessen. 

De kracht van klassikale lessen 
We kennen waarschijnlijk allemaal dat gevoel van een soort ow tijdens een klassikale les. Wat een enorme kracht komt er dan vrij. De kinderen genieten van dat gemeenschappe- lijkheid; kinderen joelen, ze zijn betrokken en hebben rode konen. Jij als lesgever komt ook in je kracht: je kan makkelijk overzicht houden, met de hele groep meespelen en door middel van groepsaanwijzingen alle kinderen bereiken. En achteraf de kick, als kinderen ook nog eens roepen dat het een gave les was. 

De beperkingen van klassikale lessen
Als we beter kijken naar de klassikale les ligt tegelijkertijd ook het gevaar van weinig echt (bewegend) actieve kinderen op de loer. Kinderen kunnen zich verstoppen in de activi- teit met weinig leermomenten en intensiteit tot gevolg. Ook is het lastiger om echt te differentiëren, en daarmee maatwerk per kind te bieden. In Perspectieven op bewegen (2004) en Beter spelen en bewegen met kleuters (2016) worden alternatieve klassikale organisatievormen genoemd. Daarbij maakt een klassikale copyles het mogelijk om met de hele groep dezelfde activiteit te doen, maar dan in groepjes naast elkaar. Denk aan het spelen van ‘boefje’ op zes veldjes naast elkaar of chaosdoelenspel op drie veldjes. Er zijn meer leermomenten voor ieder kind, het maakt differentiëren en leerhulp bieden makkelijker, maar haalt die gezamenlijkheid niet optimaal naar voren. Daarnaast is een klassikale les niet voor ieder kind een feestje. Kinderen ervaren de druk van de groep om voor de groep goed te moeten presteren, zeker als het een groepsactiviteit is waarbij de ene helft van de klas tegen de andere helft van de klas strijdt en er tegengestelde belangen zijn. 

Drie ontwerpkenmerken van goede klassikale lessen
We hebben allemaal ervaring met het aanbieden van klassikale lessen. Daarbij hebben we aan den lijve ervaren dat de ene klassikale les de ander niet is. De ene klassikale les vraagt meer energie van jou als lesgever dan de andere. In sommige klassikale lessen zijn kinderen veel intensiever aan het bewegen dan in de andere waarbij het leerrendement nogal wisselt per les.. Door deze verschillen op een rijtje te zetten zijn we gekomen tot drie ontwerpkenmerken die de kwaliteit in een klassikale les kunnen bepalen.     

1  Een klassikale les loopt het gevaar passief te worden als die uitdaging maar op één plek naar voren komt. Denk aan trefbal. Overzichtelijk, maar de helft van de groep doet niets. De bal wordt alleen naar de actieve en betere bewegers gespeeld. Zwakkere bewegers komen amper aan de bal en worden snel afgegooid. De goede bewegers domineren vaak met een klein groepje het hele spel.  De kunst is dus om veel plekken te creëren waar beweeguitdagingen op te lossen zijn. Een bewegingsuitdaging is te formuleren als bijvoorbeeld de uitdaging om kinderen te tikken of juist niet getikt te worden.     

Van één beweegplek waar een bewegings- uitdaging naar voren komt naar meerdere plekken waar het bewegingsuitdaging naar voren komt.



2  In klassikale lessen is het vaak lastig te vari- eren in complexiteit. Het traditionele trefbal kent wel variaties binnen het spel, maar wei- nig aangepaste mogelijkheden voor individu- ele kinderen passend bij hun unieke beweeg- mogelijkheden. Differentiatie is een belangrijk ontwerpcriterium in een klassikale les.  

Van één mate van complexiteit naar een gedifferentieerd aanbod.



3 Het groepsgevoel is net al genoemd als een magische factor in de klassikale les. Groepen bestaan echter uit individuele en unieke kinderen. Zij willen er enerzijds bij horen en anderzijds ook als uniek individu gezien worden en een eigen bijdrage kunnen leveren, anders haken zij af. In dit derde ontwerpkenmerk is het de uitdaging een activiteit te ontwerpen waarin kinderen nodig echt zijn om de activiteit op gang te houden en dat ze de ruimte die daarin ontstaat op eigen wijze kunnen invullen. 

Van taak volbrengend deelnemen naar actief participerend deelnemen.



De uitdaging 
Voor deze wedstrijd vragen we natuurlijk echt vakmanschap. De traditionele trefballessen ten spijt. De klassikale les is natuurlijk betekenisvol. Leren bewegen staat bovenaan, is daarmee dominant en niet het leren samenwerken, zoals bijvoorbeeld in groene spelen centraal staat.  Ga met je vakgroep collega’s bij elkaar zitten en ontwerp zo’n les met elkaar. 

Format voor het ontwerp 
Het format mag zelf ontwikkeld worden en voldoet minimaal aan de volgende criteria:
Naam van de klassikale activiteit (1) staat genoemd. 
• De leerlijn/het bewegingsthema (2) en bewe- gingsprobleem/uitdaging (3) staan genoemd. 
• Arrangement (4), opdracht (5) en regels (6) zijn kort en krachtig omschreven. 
• Niveaus van deelnemen (7) en mogelijke vormen leerhulp1 (8) staan omschreven. 
• Het format wordt ondersteund dor foto’s en/ of een filmpje (9). 

Op deze manier kan het ook gedeeld worden met het werkveld. 

Tijdplanning 
• Oktober 2017 presenteren van de wedstrijd
• Tot eind februari 2018 indienen van het ontwerp per vakgroep
• Maart 2018 juryberaad
• April uitslag ontwerpwedstrijd tijdens PO vakgroep coördinatoren overleg op 4 april 2018 

Indienen 
Het indienen kan uiterlijk tot en met 18 februari 2018 via onderwijs@kvlo.nl onder vermelding van onderwerp Bewegingsontwerp 2018. Filmpjes kunnen als werkende YouTube link worden toegevoegd. Meer informatie of vragen over het bewegingsontwerp kan ook via dit e-mailadress.

 

Reacties (0)
Reageer Reactie plaatsen
Ik heb een vraag!
Juridisch
0306937678
Onderwijs
0306937674
Aankomende activiteiten
20
jan
Sportzaterdag
Agendapunt bekijken
20
jan
Baanwielrennen
Agendapunt bekijken
24
jan
Landelijke Studiedag Basislessen...
Agendapunt bekijken
LO-Magazine
Hèt Magazine vol nieuws,
achtergronden en praktijk...
Lees meer
Word nu lid van de KVLO!
  • Blad, nieuwsbrief en site met:
  • Trends en ontwikkelingen
  • Scholing
  • Netwerken en kenniskringen
  • Juridische steun op jouw vakgebied
  • Collectieve verzekeringen
Terug naar boven
Een ogenblik geduld alstublieft...