In het bewegingsonderwijs werken veel leerkrachten volgens een vast didactisch stramien:doelen stellen, de beginsituatie bepalen, een methode kiezen en achteraf evalueren. Dit biedt structuur, maar roept ook vragen op: Wat leren kinderen daadwerkelijk in de gymles? En hoe krijgen hun eigen ervaringen en leerwensen invloed op het onderwijsproces?
Dit artikel verkent een omkering van de didactiek, waarbij evalueren niet het eindpunt is, maar het begin. Door het gesprek met het kind centraal te stellen, ontstaat ook ruimte voor persoonsvorming en groepsbinding. Zo wordt het bewegingsonderwijs rijker, betekenisvoller en meer afgestemd op verschillen tussen kinderen.
Een bonusartikel van Chris Hazelebach bij LO2 2026.