Skip Navigation Linksdetail

KVLONieuwsArtikel

​Peil.Bewegen en sport. Einde basisonderwijs 2023-2024

KVLO Nieuws  |  17 juni 2026

Op 28 mei jl. verscheen dit onderzoek onder regie van de Inspectie van het Onderwijs (zie ook de drie eerder verschenen nieuwsberichten, onderaan gelinkt). In dit bericht bespreken we een aantal andere uitkomsten.

De gegevens zijn in het voorjaar van 2024 verzameld op een representatieve steekproef van 87 basisscholen (118 klassen en totaal 2146 leerlingen uit groep 8). Daarnaast vond er op vijf basisscholen een verdiepend onderzoek plaats, zijn vakleerkrachten bevraagd en heeft een focusgroep adviezen gegeven naar aanleiding van de peiling. 

Kinderen krijgen gemiddeld 90 minuten bewegingsonderwijs per week, meestal van een vakleerkracht. 90 procent van de scholen heeft een bevoegde vakleerkracht voor bewegingsonderwijs, in vergelijking met 57 procent bij de vorige peiling in 2016. Vaak is er ook samenwerking met buitenschoolse partners, zoals sportverenigingen. 


Niet alles komt evenveel aan bod tijdens de les. Bij ‘leren bewegen’ wordt relatief vaak aandacht besteed aan balspellen en springoefeningen. Bewegen op muziek is slechts zelden een lesdoel. Voor ‘bewegen regelen’ geldt dat ‘handelen volgens afgesproken regels’ relatief vaak aan bod komt, terwijl ‘hulpverlenen bij beweegactiviteiten’ bijna geen aandacht krijgt. 


“Bij gym zitten alle motorische niveaus door elkaar. Je kunt niet van iedereen verwachten dat ze door dezelfde hoepel kunnen springen. Dat is het mooie van ons vak: je kunt echt persoonlijke groei zien, we kunnen individueel werken.” - Eric Pardon (directeur KVLO en lid van focusgroep) 


Kinderen vinden gymles leuk en belangrijk. Ruim tweederde van de leerlingen heeft het gevoel dat ze de oefeningen die ze moeten doen, ook kunnen. Leerkrachten vinden zichzelf zeer goed op de hoogte van de vakinhoud van het bewegingsonderwijs. In het toepassen van de meest recente inzichten of ontwikkelingen in hun lessen vinden ze zichzelf minder bekwaam. Daarnaast vinden ze een veilig en motiverend leerklimaat heel belangrijk.   

“We zijn er niet alleen voor bewegen en sport. We leren kinderen ook hoe ze elkaar op dingen kunnen aanspreken. Eigenlijk geven we ook burgerschapsonderwijs.” Eric Pardon (directeur KVLO en lid van focusgroep) 


De helft van de vakleerkrachten maakt gebruik van een leerlingvolgsysteem 
De leerkrachten is gevraagd hoe vaak zij gebruikmaken van een leerlingvolgsysteem voor bewegingsonderwijs: bijna de helft doet dit, de andere helft niet. 

Schoolleiders spreken de vakleerkrachten bewegingsonderwijs maar zelden aan op het volgen van de leerlingen. Daarnaast is deze docentengroep van nature minder gericht op het systematisch bijhouden van leerlingvorderingen, aldus de focusgroep. 

“Plezier gaat boven administratie”, zegt Eric Pardon. “Ik denk dat veel van onze collega’s het belangrijker vinden dat leerlingen plezier hebben en dat ze op hun eigen niveau succeservaringen beleven. Dat zij kunnen ontdekken waar hun interesses en talenten liggen, en van daaruit later juist vaker gaan bewegen of sporten.”  

“Plezier is zó belangrijk. Als je ziet dat leerlingen plezier hebben in een taak, dan zetten zij zich extra in. Plezier is lastiger vast te leggen, maar een leerkracht heeft wel zicht op de manier waarop leerlingen groeien bij gym. Ik ken mijn leerlingen – zonder gebruik van een leerlingvolgsysteem – heel goed. De lat ligt niet bij iedere leerling even hoog en dat moet ook niet.”  Valentine Stevens – Vakleerkracht bewegingsonderwijs op De Sterrenkijker in Uden 


Veel sporten buiten school, maar ook veel schermtijd 
Ruim driekwart van de leerlingen sport in clubverband, vaak voetbal, hockey of volleybal. Veel leerlingen doen dat 3 keer per week. Ruim een derde van de leerlingen maakt via school gebruik van naschools sportaanbod. Driekwart van de kinderen beweegt ook regelmatig in de buurt of op straat: ze skaten of voetballen bijvoorbeeld. Tegelijkertijd geeft bijna de helft van de leerlingen aan dat ze 3 uur of meer per dag spelletjes spelen op een mobiel, computer of tablet. De helft doet dit 1 tot 2 uur per dag. Dit is toegenomen in vergelijking met de vorige peiling.  
 

Bewegen en sport belangrijk voor de hele school 
Professionals die reflecteerden op de peiling raden aan de meerwaarde van het leergebied Bewegen en sport te benutten in het hele onderwijs. Het leergebied draagt bij aan de brede vorming van leerlingen: je leert hoe je met je lichaam omgaat én met elkaar. Dat sluit aan bij de burgerschapsopdracht die scholen hebben. 

De experts zien een belangrijke rol voor de vakleerkracht als ambassadeur voor bewegen binnen en buiten de school. Dus ook op het schoolplein en in de samenwerking met naschoolse activiteiten. 

Meer dan nu het geval is kan de schoolleider ‘bewegen’ opnemen in de visie van de school en betrokken zijn bij het leergebied. Dat zorgt ervoor dat bewegingsonderwijs meer is dan alleen de gymlessen en dat vakleerkrachten meer onderdeel zijn van het team, ook al werken ze soms op meerdere scholen.  


Klik hier naar het onderzoeksrapport Peil.Bewegen en sport Einde basisschool 2023-2024 

Eerder verschenen nieuwsberichten over dit onderwerp: 




Meer lezen over dit onderwerp? Klik op onderstaande tag voor meer artikelen: