KVLONieuwsArtikel

Reactie KVLO op brief minister Slob Voortgang sectorakkoorden funderend onderwijs

KVLO Nieuws  |  1 juli 2020

<i>Grote groep kinderen krijgt nog steeds veel te weinig bewegingsonderwijs!</i>

<p>In de brief <i>‘Voortgang sectorakkoorden funderend onderwijs’</i> d.d. 31-01-2020 (zie bijlage 1) schrijft minister Slob dat hij net als de Kamer de resultaten m.b.t meer en bevoegd bewegingsonderwijs niet voldoende vindt en dat er binnen afzienbare tijd voortgang moet worden geboekt.


De minister heeft samen met de PO-Raad en de minister voor Medische Zorg en Sport onderzoek laten uitvoeren naar de belemmeringen die scholen en gemeenten ervaren bij het aanbieden van voldoende en bevoegd bewegingsonderwijs (zie bijlage 2).

Uit het onderzoek komen vijf knelpunten naar voren. Het rapport geeft aan dat er nu concrete en meer verplichtende maatregelen genomen moeten worden.

Knelpunt 1: Ambitie of visie om bewegingsonderwijs prioriteit te geven
Volgens het rapport is het ontbreken van een ambitie of visie van de schoolleiding of –bestuur om bewegingsonderwijs prioriteit te geven in het lespakket, een van de belangrijkste knelpunten die scholen belemmeren bij het voldoen aan het geven van bevoegde lessen bewegingsonderwijs en aan het geven van minimaal twee lesuren bewegingsonderwijs per week. Deze twee ambities vormen samen de zogenoemde norm bewegingsonderwijs, zoals afgesproken in het bestuursakkoord tussen OCW en de PO-Raad. Het is op zich al een ernstig tekort dat een schoolbestuur geen visie heeft op een verplicht schoolvak en het is een aanfluiting dat er sinds de nulmeting vanaf 2013 geen/nauwelijks beweging is en de beweging die er is grotendeels door onbevoegden wordt ingevuld. Nog steeds geeft een kwart van de scholen geen twee uur bewegingsonderwijs, omdat ze het geen prioriteit geven; en daarmee visie en ambitie ontbreken.

De minister stelt dat scholen hierin hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen en is hierover in gesprek met de PO-Raad en de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS). Maar deze vrijblijvendheid zorgt er nog steeds voor dat er geen ambitie en visie is. Dat moet niet opgelost worden door de PO-Raad en/of de AVS, maar door het aanstellen van professionals. Opmerkelijk dat hierin niet de vakleerkracht wordt genoemd; het is natuurlijk aan deze professional om zo’n visie vorm te geven. Dan wordt de norm gehaald en krijgt het vak inhoud en betekenis en kunnen kinderen goed en voldoende leren bewegen.

In het onderzoeksrapport worden als mogelijke oplossingen vanuit de verantwoordelijkheid van het Rijk o.a. genoemd extra geoormerkt geld en intensivering van toezicht door de onderwijsinspectie; in de gemeentelijke enquête wordt ook de wettelijke verplichting van de norm (minimaal 2 lesuren per week) ingebracht. De minister gaat hier in zijn reactie compleet aan voorbij.

Knelpunt 2: Concretisering kerndoelen bewegen en sport
Een tweede knelpunt betreft de brede interpretatie van de norm. Heeft deze betrekking op goed leren bewegen vanuit de kerndoelen en leerlijnen of gaat het om voldoende lichaamsbeweging (inclusief naar school fietsen en de trap nemen)?
Verder wordt gesteld dat het Rijk duidelijker moet zijn in wat zij verwacht van de norm en van de lessen en wat het primaire doel is van bewegingsonderwijs, zodat scholen zich vooral bezighouden met wat er van hen wordt verwacht: namelijk het behalen van de (wettelijke) kerndoelen en leerlijnen, zodat kinderen bewegingsvaardig worden en een leven lang met plezier kunnen blijven bewegen. De minister wijst in dit verband ook op de concretisering van de kerndoelen voor het leergebied bewegen en sport vanuit het landelijk traject Curriculum.nu.
Brede interpretatie van de norm geeft wellicht onduidelijkheid, maar dat kan geen excuus zijn van de scholen om niet te voldoen aan de afgesproken twee uur bewegingsonderwijs door een bevoegde leraar. Bovendien zijn er sinds jaren al wettelijke kerndoelen en 12 concreet uitgewerkte leerlijnen; hoe duidelijker wil je het nog hebben? Het verbeteren van het curriculum kan niet als oplossing worden opgevat, wel het inzetten van professionals.

Knelpunt 3: Samenwerking tussen school en gemeente
Samenwerking tussen gemeente en scholen is volgens de minister van essentieel belang voor effectief beleid op het gebied van sport en bewegen. Dat kan in algemene zin zo zijn, maar is geen knelpunt voor het structureel inzetten van twee lessen bewegingsonderwijs per week.
Samenwerking is wel van belang voor meer dan alleen de lessen bewegingsonderwijs en een breder sportaanbod en breder inzetten van professionals rondom de school. Gesprekken daarover zijn natuurlijk goed, maar niet als excuus voor de afgesproken twee uur bewegingsonderwijs.

Knelpunt 4: De reistijd naar de accommodaties
Over de beschikbaarheid van en afstand tot accommodaties treedt de minister in gesprek met de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) om meer aandacht te krijgen voor de rol van gemeenten als procesregisseur. Daar is de KVLO het helemaal mee eens. Uitgangspunt daarbij moet zijn dat gemeenten, in ieder geval voor de twee lesuren bewegingsonderwijs per week, een geschikte (sport)accommodatie beschikbaar moeten stellen.

Knelpunt 5: De beschikbaarheid van bevoegde leerkrachten
De beschikbaarheid van bevoegde leerkrachten wordt op veel scholen als knelpunt ervaren. Echter er zijn voldoende vakleerkrachten beschikbaar, maar scholen zouden veel meer moeten gaan samenwerken om bevoegde vakleerkrachten aan te trekken. En dan niet in kleine baantjes van 0,2 fte, maar om een volwaardige baan aan te kunnen bieden en daarmee vakleerkrachten in te zetten als volwaardige leerkracht. Om het aantal bevoegd gegeven lessen te vergroten heeft de minister in 2019 en 2020 jaarlijks drie miljoen euro beschikbaar gesteld voor de financiering van het volgen van de post-initiële leergang bewegingsonderwijs door groepsleerkrachten. Echter dat is een doekje voor het bloeden en slechts bedoeld om het de scholen gemakkelijk te maken qua interne organisatie, zodat de groepsleerkracht aan de eigen groep (een of twee uur per week) kan lesgeven. Maar het zorgt vooral voor werkdrukverhoging bij de groepsleerkrachten; het is immers niet voor niets dat 49% van de werkdrukgelden geheel of gedeeltelijk wordt ingezet om vakleerkrachten in dienst te nemen om zo de werkdruk van groepsleerkrachten te verlagen. Dit getal gaat overigens over het geheel van vakleerkrachten, dus ook muziek etc..

Ideaalplaatje
Vanuit de oplossingen die in het rapport naar voren worden gebracht lijkt het meest ideale plaatje te zijn om een coördinerend goed zichtbare vakleerkracht in dienst van de school te nemen (conform de cao-po/noot KVLO), als regisseur van een beweegteam in goede samenwerking met de gemeentelijke (sport)coördinator, de omringende sportcultuur en met andere (kleine) scholen in de gemeente/regio met een gedeelde verantwoordelijkheid voor het werkgeverschap.


Besturen aan zet
De minister benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor voldoende bevoegd gegeven bewegingsonderwijs, vooral de verantwoordelijkheid van besturen is. Het is aan hen om, ondersteund door de PO-Raad en samen met de gemeenten, hier de komende tijd nog extra inspanningen op te plegen. De KVLO vraagt zich af welke extra inspanningen de minister bedoelt. Het is uitermate teleurstellend dat sinds 2013 er helemaal niets van het beleid is terechtgekomen.
Wat maakt dat het nu anders zou zijn?

Basisvoorwaarden
Het wordt tijd om na zeven jaar duwen en trekken zonder enig resultaat, nu eindelijk eens door te pakken met maatregelen die wel werken, zodat alle kinderen goed en voldoende leren bewegen.

De KVLO wil graag meewerken om de scholen te helpen het gewenste ideaalplaatje vorm te geven, maar ook nu weer blijkt dat de meest cruciale basisvoorwaarden eerst op orde moeten zijn, te weten:

1.    minimaal twee lesuren per schoolweek wettelijk verplicht
2.    gegeven door een bevoegde vakleerkracht c.q. -specialist
3.    geschikte sportaccommodatie met deugdelijk inventaris, zodat alle leerlingen kunnen meedoen en ook het passend onderwijs past.

Deze basisvoorwaarden werken al jaren goed in het VO en het wordt tijd deze nu ook zo spoedig mogelijk in te voeren bij het PO.


Bijlagen
Meer lezen over dit onderwerp? Klik op onderstaande tag voor meer artikelen: